“Het levert echt iets op” – ervaring WMO‑consulent Anne‑Marie Bruin

ervaring WMO-consulent

Wanneer mensen met een beperking, zoals niet-aangeboren hersenletsel (NAH), vastlopen in het dagelijks leven, is het vaak moeilijk om opnieuw grip te krijgen. Het programma Sneller Onbeperkt Meedoen wil precies op dat punt het verschil maken. In ’s-Hertogenbosch ziet WMO-consulent Anne-Marie Bruin van dichtbij wat het traject kan betekenen. In dit interview vertelt ze over haarervaringen, twijfels die ze soms tegenkomt en de successen die haar blijven motiveren.

“Ik probeer mensen warm te maken”

Als WMO-consulent is Anne-Marie vaak het eerste aanspreekpunt voor inwoners die merken dat hun leven niet meer loopt zoals ze willen. Vanuit die rol coördineert ze de aanmeldingen voor het programma. “Mijn taak is vooral om mensen te enthousiasmeren,” vertelt ze. “Ik leg uit wat het traject inhoudt en waarom het hen kan helpen. Soms is dat net het zetje dat iemand nodig heeft.” Dat enthousiasme komt niet alleen uit haar professionele overtuiging. Ze hoorde inspirerende verhalen van eerdere deelnemers én werd geraakt door de bevlogenheid van programmacoördinator Coen Vuijk. “Hij kan mensen zó goed meenemen in zijn verhaal. Dat werkt aanstekelijk.”

Een intensieve startweek die veel losmaakt

Het programma begint met eenErvaring WMO-consulent - mensen in de regen in rolstoel intensieve week waarin deelnemers intern verblijven. Die week vormt het hart van het traject. “Deelnemers worden uitgedaagd om opnieuw te ontdekken wat ze kunnen,” legt Anne-Marie uit. “Niet door terug te gaan naar hoe het vroeger was, maar door te kijken naar wat nú werkt. Dat is soms confronterend, maar vooral heel bevrijdend.”

Na die eerste week volgt een periode van begeleiding en coaching. Deelnemers betalen daar een kleine eigen bijdrage voor. “Dat klinkt misschien gek,” zegt ze, “maar het zorgt ervoor dat mensen gemotiveerd blijven. Ze investeren in zichzelf.”

“Zorgaanbieders willen soms té graag helpen”

In haar werk ziet Anne-Marie dat zorgaanbieders vaak geneigd zijn om veel over te nemen. “Dat is heel begrijpelijk,” zegt ze. “Maar soms worden mensen daardoor minder geprikkeld om zelf stappen te zetten.” Het programma kiest bewust voor een andere aanpak: activeren in plaats van overnemen. “Dat kan ertoe leiden dat iemand uiteindelijk minder begeleiding nodig heeft dan gedacht. Soms is het zelfs een alternatief voor bestaande zorg.”

“Het is mooi om te zien wat het oplevert”

De impact van het programma is indrukwekkend. Anne-Marie vertelt over een deelnemer die na het traject geen begeleiding meer nodig had.

“Ze kon haar leven weer zelfstandig oppakken. Dat is toch fantastisch? Dat is voor mij het bewijs dat het echt iets oplevert.”

De vragen waarmee mensen zich aanmelden zijn heel divers: moeite met overzicht, omgaan met prikkels, dagstructuur, of de wens om weer te werken of vrijwilligerswerk te doen. “Het programma sluit heel goed aan bij de uitdagingen van mensen met beperking, bijvoorbeeld NAH,” zegt ze. “En het sociale aspect is minstens zo belangrijk. Deelnemers ontmoeten anderen die hetzelfde meemaken. Dat geeft herkenning en steun.”

“Het is jammer dat er niet meer gebruik van wordt gemaakt”

’s-Hertogenbosch is een van de gemeenten waar het programma goed loopt. Toch gaat het ook daar niet vanzelf. “Of ik kan doorverwijzen hangt vooral af of iemand op dat moment bij
mij in beeld is”, zegt Anne-Marie. Ze denkt dat professionals het programma actiever zouden kunnen uitdragen.

“Ik merk dat sommige professionals en zorgaanbieders terughoudend zijn. Ze vinden het programma soms te intensief, of ze denken dat iemand er nog niet klaar voor is. Terwijl het traject juist maatwerk biedt. Als zij terughoudend zijn, remt dat cliënten af.”

In zulke gevallen schakelt ze mensen van het programma in, zoals bijvoorbeeld een ervaringsdeskundige. “Zij kunnen heel goed uitleggen wat het programma wél en niet is. Vaak verdwijnen de twijfels dan snel.” “Het is zo’n mooi programma,” besluit Anne-Marie. “Het levert echt wat op. Het is jammer dat nog niet iedereen het weet te vinden.”